bijbel

Jakob deel 4

Luisteren

Kinderbijbel
Jakob deel 4
Loading
/

Lezen

Jakob was nog steeds bij Laban en hij werd rijker en rijker. Laban en zijn zonen waren daar helemaal niet blij mee en ze deden steeds minder aardig tegen Jakob. Daar eindigden we de vorige keer, weet je dat nog? Twintig jaren, zolang werkte Jakob al voor Laban. Eerst zeven jaren voor zijn vrouw Lea, daarna zeven jaren voor zijn lievelingsvrouw Rachel en toen nog eens zes jaren om een kudde voor zichzelf bij elkaar te sparen.

Die kudde bij elkaar sparen, dát was goed gelukt. Maar Jakob kreeg steeds meer heimwee naar huis. Zeker nu zijn oom helemaal niet meer aardig tegen hem deed. Hij was best wel bang voor zijn oom. Maar het idee om terug te gaan naar huis, vond Jakob ook best wel spannend.

Hij was namelijk ook erg bang voor zijn broer Ezau. Zou Ezau nog steeds zo boos zijn? Zijn broer was twintig jaar geleden zo boos op hem, dat hij Jakob wilde doden hè? Daarom was Jakob toen gevlucht.

Voor wie moest Jakob nu banger zijn, voor Ezau of voor Laban. Wat moest hij nou doen. Jakob wist het niet.

Toen sprak de Heere God tegen Jakob. Hij zei: “Keer terug naar het land van je familie Jakob. Ik zal bij je zijn”. Oh gelukkig, als God dat tegen mij zegt, dan zal het vast wel veilig zijn om te vertrekken”, dacht Jakob opgelucht.

Hij riep Lea en Rachel bij zich en zei: “Jullie weten dat ik heel lang en heel hard voor jullie vader heb gewerkt en toch heeft hij mij wel tien keer bedrogen. Steeds beloofde hij mij iets als loon voor mijn werk, maar dan gaf hij me steeds iets anders. En toch bleef het goed met mij gaan. Daar zorgde God voor.

Maar nu doet jullie vader niet meer zo aardig tegen mij. God heeft nu tegen mij gezegd dat ik moet vertrekken, terug naar Kanaän, naar mijn familie. Willen jullie met mij meegaan?

Rachel en Lea hoefden daar niet lang over na te denken. Hun vader Laban had hen de laatste jaren als vreemden behandeld. “Hij heeft ons verkocht en al ons geld opgemaakt”, zeiden ze. “En alles wat onze vader had, zijn rijkdom, heeft jouw God aan ons gegevens Jakob. Daarom, doe alles wat jouw God heeft gezegd en wij gaan met je mee”.

Maar zomaar vertrekken, dat durfde Jakob niet. Laban zou hem proberen tegen te houden. Jakob wachtte tot het juiste moment. Dat moment kwam toen Laban in het veld was om de schapen te scheren.

Dat was altijd een hele klus en het zou zeker wel drie dagen duren voordat Laban weer terug zou zijn. “Drie dagen, dat zou genoeg moeten zijn om al heel ver weg te zijn”, dacht Jakob. Hij zou dan al kilometers verderop kunnen zijn.

En dus maakte Jakob zich klaar om op reis te gaan. Hij verzamelde al zijn dieren en alles wat hij bij zijn oom verdiend had. Laban was dus niet thuis omdat hij al in het veld was en Rachel liep nog een laatste keer door het huis van haar vader. Dat was altijd haar huis geweest en nu ging ze weg. Ze zou waarschijnlijk nooit weer terugkomen. Maar dat wilde ze ook niet. En toch vond ze het moeilijk. De toekomst was onzeker, het maakte haar toch wat bangig. Toen zag ze het huisaltaar met de godenbeeldjes van haar vader. Dat waren een soort huisgoden tot wie ze altijd moesten bidden. Ze dacht niet lang na, ze pakte ze en ze verstopte ze onder haar kleed. Ze nam ze stiekem mee. Daarna rende ze naar Jakob, ze was klaar om weg te gaan.

Toen zette Jakob zijn vrouwen en zijn kinderen op de kamelen en daar gingen ze. Op weg naar Kanaän. Twintig jaar geleden was hij hier aangekomen met niets, als een arme vluchteling. Op de vlucht voor zijn broer Ezau. En nu vertrok hij als een zeer rijke vluchteling. Op de vlucht voor zijn oom Laban. Zo snel als mogelijk trokken ze in de richting van het bergland van Gilead. Het was dezelfde weg die zijn moeder Rebekka lang geleden ook was gegaan. God wees hem de weg.

Maar, op de derde dag hoorde Laban dat Jakob was gevlucht. Laban was woedend en hij ging meteen naar huis. Daar ontdekte hij ook nog eens dat de godenbeeldjes weg waren. Hij werd nog kwader dan kwaad…

Zo snel als hij kon riep hij zijn familie en zijn mannen bij elkaar. Ze sprongen allemaal op hun kamelen en gingen Jakob achterna. En ze gingen ook best heel snel, met hun kamelen hadden ze zeven dagen nodig om Jakob en zijn gezin in te halen.


Kijken